In gesprek met Jan L'abee Het Verleden en Heden.

                                          

In  De Politiehond  nr.  4 , 2010, officieel orgaan van de Koninklijke Nederlandse Politiehond Vereniging   staat het volgende interview over de bouvier als werk/politiehond.

 

In gesprek met Jan  L'abee , 92 jaar .

Wij van Bouvier in de KNPV hebben  direct toestemming gevraagd  aan de redactie van “De Politiehond “ om dit interview te mogen plaatsen op onze website www.bouvierindeknpv.nl

Al direct na onze aanvraag hebben we de schriftelijke toestemming verkregen.

Promotie voor de KNPV en de Bouvier in de KNPV.

Vanaf deze plaats nogmaals  onze hartelijke dank

 

In gesprek met Jan L' abee , 92 jaar.

Dit Unieke document geeft een duidelijk voorbeeld hoe,  TOEN , de Bouvier  volop aanwezig was in de africhting en in het bijzonder in de KNPV.

In dit interview  spreekt De heer Jan La' bee als één van de laatste levende getuigen zijn grote liefde en respect uit voor , met name zijn KNPV gecertificeerde Bouvier BART .

Wat daarnaast opvalt is dat dit type  bouvier  toen  , innerlijk en uiterlijk een zeer krachtige  hond was. Sociaal  en Vertrouwd  bij  andere dieren en jonge kinderen.

 

Ons streven  als groep  “Bouvier in de KNPV “ is  NU om dit werk type Bouvier in de KNPV te behouden als één van de erkende werk rassen.

Door gezamenlijke oefendagen ,  onderlinge contacten  en  samenwerking .

Wij hopen dat wij hierin slagen en waardige navolgers zijn van De Oude Garde .

 

Vanaf deze plaats een groet en  ERE Saluut aan de heer Jan L ' abee .

 

Namens werkgroep Bouvier in de KNPV,

 

Burt Beyer ,  Fokke  Krottje , Greta Rosendal
 
 

In gesprek met Jan L'abee, leeftijd 92 jaar 

 
De redactie van de KNPV werd benaderd door de provincie N.Brabant. Misschien zou het interessant zijn om het markante figuur op leeftijd, Jan L'abee te intervieuwen.
 
Jan L’abee een hondenliefhebber van de eerste orde. Jaren lang werkte hij bij de politie als speurhondengeleider. Vele jaren runde hij een hondenpension en beoefende hij de programma’s van de KNPV. Ook in de jachtwereld behaalde hij zijn faam. Jan trainde teckels en andere soorten jachthonden en ook hier behaalde hij zijn titels. In 1949 deed Jan mee aan de Nederlandse Kampioenschap Politiehond, toen in Driebergen.

Dit alles was voor ons een reden om deze man eens een bezoek te brengen.
 
Om 11 uur hadden wij afgesproken. Rekening houdend met files reden wij iets voor 11 uur het pittoreske plaatsje Molenschot binnen, zeer landelijk gelegen. Jan woont in een alleenstaand huis met veel ruimte eromheen. We stapten uit de auto en twee grote Mechelaars stonden ons blaffend op te wachten. Een grijs gebaarde Mechelaar liet duidelijk merken dat hij onze aanwezigheid niet op prijs stelde. Gelukkig was dat anders bij zijn baas die ons hartelijk begroete en gezien zijn leeftijd enorm fit en gezond oogde. Al snel stond de koffie, koeken, worst en kaas op tafel. In zijn huis hingen verschillende foto’s en lijsten, en één sprong er uit. Het verhaal over zijn hond Bart.
 
Wij lazen dit en het eerste wat Jan zei was; "jullie mogen het lezen maar deze jaren ( 1940 / 45 ) hebben veel indruk op mij gemaakt en dit was een zware tijd, ik wil daar liever niet te veel over praten". Wat er in deze lijst zat was een vel papier met de volgende tekst:
 
Ere wie ere toekomt BART Ik had een absolute vriend een standbeeld had hij echt verdient. Hij was mijn beste keus, toen ik zocht een zwijgend kameraad, het waren immers tijden van verraad. Spreken was hem niet gegeven dus alles werd door hem verzwegen Hij verstond mijn en ik zijn lichaamstaal, een zacht gegrom, een diepe zucht, een kleine druk, een vinger tegen de lijn was voor hem EEN of soms HET sein Hij kende de geur van het grijs/groene leger stof en gromde zacht "let op" daar is of was een mof Velen malen heeft hij zo voor mij contact met hen vermeden zonder hem hoorde ik reeds lang tot het verleden. Als hij hoorde het van spanning bonken van mijn hart voelde ik het hevig trillen van zijn vacht. Hij loodste mij door donkere nachten en door mist. Hij was mijn supergids mijn beste maat. Het was DEN BART, een Bouvier, gitzwart.

In 1937 ben ik bij de politie gegaan. En in 1940 ben ik begonnen met het trainen van het KNPV programma. Mijn eerste hond was een Belgischenherder met de naam Tom die ik voor niet te veel geld kon kopen. Een jaar later bracht ik deze hond voor de keuring en haalde een certificaat met lof, dat was ongeveer in 1942.

Daarna heb ik nog vele honden voor het certificaat gebracht. Ik kan me nog goed herinneren, en dat was in Oosterbeek, dat ik na de wedstrijd voor het eerst het schijnstellen demonstreerde, het maakte veel indruk op het publiek. Het ras waar toen veel meegetraind werd was de Bouvier.
 
De honden haalden we bij de boeren vandaan.
 
                                            
Jan en zijn bouvier Bart.
 
De Duitseherder en Mechelaars zag je ook wel maar in een iets mindere mate. Ik heb mijn Bart ( Bouvier ) veel gebruikt voor dekkingen. Het karakter van de Bouvier paste heel goed bij mij. Ik kocht voor de dienst en de training oudere honden. Deze honden haalden wij bij de boeren vandaan. Vroeger had ieder boer wel een hond op het erf liggen.

Voor het echte speurwerk moet ik zeggen was de Duitseherder beter geschikt. De nek van de Duitseherder is langer en die zit hierdoor dichter bij de grond. Ik ben 27 jaar speurhondengeleider geweest. Een speurhond richt je in een paar maand niet af, hier gaat veel tijd inzitten. Om een hond tijdens het speuren goed gemotiveerd te houden, praat ik veel met mijn hond en uiteraard als het voorwerp op het spoor gevonden wordt, is dit zijn beloning.

Tijdens mijn laatste dienstjaren als speurhondengeleider was het erg druk. Ik werd soms wel tien maal of meer per nacht opgeroepen. In die jaren waren er ook veel stropers actief. Ik ging in een sloot wachten tot de stropers hun vallen kwamen controleren. Ik kon geen hand voor mijn ogen zien, zo donker was het. Ik was in zijn geheel afhankelijk van de ogen van mijn hond. Ik lette dus alleen maar op mijn hond. Als de kop van mijn hond bewoog wist ik dat ze er aankwamen. Ik kon ze volgen door naar de kop van mijn hond te kijken. Op het moment dat ik moest ingrijpen vertelde ik die mannen dat ze moesten gaan liggen en over het algemeen vonden er geen problemen plaats tijdens deze aanhoudingen.
 
Er werd veel getraind met onze honden op de speurhonden school. Toen die tijd zat er ook nog man- sorteren in het program. Er stonden dan vijf personen op een rij en dan gaf je de hond het commando "zoek de man". De hond moest de man er uitzoeken en die verwijzen. Ik was het niet eens met het onderdeel man -sorteren. Als je in de lijn zou staan en je hebt helemaal niets met een moord te maken dan zal dat erg ongemakkelijk en angstig aanvoelen. Als je angst hebt straal je veel "angst lucht" uit, hierdoor zou de hond je makkelijk kunnen verwijzen. Ik heb toen naar Den Haag gebeld en heb mijn verhaal gedaan met de mededeling erbij dat ik geen man- sorteren meer doe. Later hebben ze mij gelijk gegeven en hebben ze het afgeschaft.
Ik heb veel mooie taferelen mee gemaakt tijdens mijn dienst als speurhondengeleider. Ik kreeg een melding dat in de Drunense duinen 2 kindjes spoorloos verdwenen waren. Het betroffen twee kinderen van de leeftijd van ongeveer 3 jaar. Er waren al een hoop mensen naar die kinderen aan het zoeken geweest, dus toen ik erbij kwam waren er al zo veel sporen waardoor het natuurlijk erg moeilijk was om het juiste spoor te pakken.
Door goed te kijken vond ik een voetafdruk in het zand, op deze manier kon ik mijn hond op het spoor zetten. Ik heb niet anders gedaan dan naar de staart van mijn hond kijken. Het was inmiddels al donker. De hond trok me een duin op en boven op die duin stond een oude alleenstaande Den. Onder deze Den vond ik die twee kleine kindjes. Deze kindjes waren enorm bang. Ik heb ze gerust kunnen stellen. In deze tijd waren er geen mobiele telefoons of andere oproep apparatuur, dus ik moest de weg terug zien te vinden. Die kinderen waren al langere tijd van huis en die hadden al hun behoeftes gedaan en die zaten er helemaal onder. Ik heb ze opgepakt onder mijn grote jas gedaan en nu maar zien hoe ik weer terug kom, ik wist totaal niet waar ik was. Ik moest mijn hond op mijn eigen spoor zetten om zo terug te komen, maar, dat viel niet mee. Een speurhond moet je eigen lucht negeren. Ik had geen andere keus om die hond door hem te prijzen en te motiveren om mijn eigen spoor op te pakken. De hond speurde constant met een hoge rug maar uit eindelijk ging het goed en kwamen we aan op de plek waar de ouders de kinderen in ontvangst konden nemen. Zoals je wel kan nagaan was het feest toen we daar aankwamen.
 
Bron: De politiehond nr 4 2010.