Jan Hulsebos Kennel schepershoeve aan het woord.

Ik ben Jan Hulsebos: geboren op 27 sep 1926 in het buurtschap "De Wijk" dat deel uit maakte van het dorpje Terwolde, opgegroeid in een buurt zonder kinderen. Ik ben de oprichter van de zowel de Bouvier kennelnaam als de Laekense herder (ruwhaar Bels) kennelnaam " De Schepershoeve". Ik heb beide rassen gefokt en uiteraard mee gewerkt.
 
                                  
         
              Kazan vd Schepershoeve in 1981, tijdens nationale wedstrijd te nijmegen. Helper Albert Peters

Mijn ouders hadden een eigen bedrijf en zoals in die tijd vele kinderen. Ik als oudste kleinkind, die naar 1 van de grootouders is vernoemd, werd uitbesteed aan mijn grootouders en die hebben mij grootgebracht tot aan de schooltijd. Mijn grootvader was boer en natuurkenner, vandaar mijn passie. Op de lagere school kwam ik in het bezit van twee boerenfoxjes die ik africhtte tot bunzingvangers. Deze dieren verkocht ik aan de bontwinkel, dat was de enige manier om aan een paar zakcentjes te komen. De oorlog brak uit in 1940 en er brak een periode van voedselschaarste aan. Inmiddels had ik twee nieuwe foxjes die werden opgeleid als hulpjes bij het stropen. Daar het een publiek geheim was dat ik stroopte werd ik gevolgd door de jachtopziener. Als ik wild had gevangen bond ik het wild op de terriers vast en had ze tevens aangeleerd te wachten op mijn teken. Dat teken was een fluittoon van een uit riet gesneden fluitje met hoge frequentie, niet te horen door de mens maar wel door de hond. Als ik dat teken had gegeven renden de honden naar huis waar de deur al open stond. Je moet wat nietwaar?
 
Ad Hogenboom als helper 1972.
 
 De oorlog was voorbij en er stond een nieuwe tijd voor de deur.. Als dienstplichtige werd ik opgeroepen om het landsbelang te dienen bij de Koninklijke Marine. Ik werd uitgezonden naar het toenmalige Nederlands Indie waar ik tot 1950 ben gebleven. Bij terugkeer waren er geen honden meer en ben toen naar een oom gegaan die veel honden had en hij had voor mij een Laekense herder.  Met die hond is mijn politiehondendressuur begonnen.
 
                           

Door de grote studieachterstand tussen 1940 en 1950 en de beperkte mogelijkheid voor avondstudie was zelfstudie een van de weinige opties die overbleven. De chemie was in opkomst maar er was nog geen mogelijkheid voor een dagstudie. De bedrijven zorgden zelf voor opleiding. Ik werd aangenomen op het lab en kreeg de gelegenheid  om mijzelf theoretisch te ontwikkelen. Hier leerde ik om de verschillen in hersenfunctie tussen mens en dier te onderscheiden. Het grootse verschil is dat de mens denkt en het dier weet! Deze wetenschap is de basis voor het dresseren van dieren. De kennis op het gebied van genetica is een must. Ik begreep toen dat wetenschappelijke kennis noodzakelijk was en nog steeds is. Ik ben toen het avond-atheneum gaan volgen (met deelcertificaten) en daarna de avond universiteit (ook deelcertificaten). Op universitair niveau leerde ik de gebruikelijke kansberekening en het verheffen van machten, de z.g. machtverheffing. De bouviers leden in die tijd veel aan het erfelijke HD (heupafwijking). Om deze afwijking te bestrijden heb ik mij verdiept in het ontstaan van de Bouvier. Het resultaat : oorspronkelijk waren zowel de bouvier als laekense herder "schepershonden". De kruising zwarte scheper X mastif =vlaamse koehond (bouvier). De laekense herder is kruising allergaartje. De laekense herder was HD vrij. Wetenschappelijk is bewezen dat terug naar de bron de meeste kans geeft tot resultaat. Dit is door mij gebeurd en beproefd met resultaat!

NB,

Het zou een te lang verhaal worden om uit te leggen waarom kennis van de hersenfunctie belangrijk is. Maar de resultaten van honden die onder mijn leiding zijn opgeleid spreekt voor zich. De ouderen onder U kunnen zich vast nog wel de namen herinneren van Ad Hogenboom en Frans Rietveld. Toch geen kleine jongens op het gebied van politiehonden dressuur.
 
 
 
Bron: Vraaggesprek gegeven door Jan Hulsebos, bewerkt door Burt Beyer.